Buikschuifsjans op het Rembrandtplein

Ik wil nog. Dansend de regen door, zwoegend het sportcentrum bereiken. Nagels bijten, bijbaantjes vinden, schimmels verwijderen en spinnen beschermen. Ik wil nog. In het zwembad springen, van de duikplank het bestaan in plonzen. Vergaan, opstaan. Ik wil een. Dingenbedenker zijn en gapend genialiteit verwerven. 

Ik wil een huis met een trap en een fiets aan de gracht. Ik wil mijn armen zo wijd dat de vrijheid tussendoor. Glipt. Ik wil haar los-vast. Houden van de donkerblauwe hemel en de sterren. Ik zing ze eruit.

Ik wil buikschuifsjans op het Rembrandtplein. Over gele glijbanen de diepte in. Pootje badend door zeeën van zomertijd. Ik wil. Graag. Aan de zijkant van de snelweg. Zes uur opstaan. De zonsopgang verafgoden. Ik wil, een ontbijtje doen. Daarboven op de brug. Rode auto’s tellen. Twee Panda’s per minuut.
Lees meer »

Advertenties

50 modderfakking shades of weilanden

Ola, kersvers internetvreugd. Drie weken terug stond mijn ouwe huisgenoot (Els) met haar blitse tweewieler voor mijn elitaire trappenhuis. Ze was er helemaal klaar voor, die mieters sportieve fietsvakantie. Ik wat minder, en rende nog duizend keer de treden op en af voor haarspeldjes, elastiekjes, vuilniszakken en pindakaas met stukjes.

Woensdag
Knooppunt 60
Met de LF-bijbel onder Els’ oksel, fietsten we de stad uit. “Bij vakanties als deze gaat het niet om het aantal kilometers, maar om de weersomstandigheden,” verkondigde mijn personal guide die al eerdere trektochten – weergaloos – had afgelegd. Ik wist niet of ik het daar helemaal mee eens was. Immers: knooppunt 60 liet lang op zich wachten. We schakelden tussen bos en kanaal, staken rivieren over en werden af en toe ingehaald door dezelfde wielrenner die de verkeerde goddelijke bundel bij zich droeg. Nog steeds geen knooppunt 60. Lachen.
Lees meer »

En toen was het jaar voorbij. Cheers!

Zolang het collegejaar strekt is er geen eindeloze vrijheid. Die start namelijk pas bij de uitreiking van je P, het allerlaatste cijfer in Osiris of gewoon, wanneer je schijt hebt aan alles en slingerend op je fiets naar huis sjeest. Een doodnormale, maar lekkere aanvang van de zomer – en zo is het bij mij altijd geweest, tot dit jaar.

Deel 1
Het begon allemaal in september
Papa zette me af met zijn lange blauwe bak, schuin en illegaal geparkeerd stond-‘ie, tegenover een Turks kroegje op de grens van Overvecht. We verhuisden een stuk of twintig tassen twee hoog het gele paleis binnen en daarna hing ik solo uit het raam om ‘m uit te zwaaien. “Doei! Tot snel!”Lees meer »

Work, work, work, work 

Mijn alles is te vol. Mijn telefoon, mijn hoofd, mijn computer, de programma’s óp mijn computer, het vloerkleed ónder mijn computer en het raam náást mijn vierkante profiteur. Ondergekakt. Door duiven die ’s ochtends sjansen in de dakgoot.

Tijd om jullie ei-de-lijk up to date te brengen van al het schitterende spannends in mijn leven!

Lees meer »