En toen was het jaar voorbij (cheers!)

Zolang het collegejaar strekt is er geen eindeloze vrijheid. Die start namelijk pas bij de uitreiking van je P, het allerlaatste cijfer in Osiris of gewoon, wanneer je schijt hebt aan alles en slingerend op je fiets naar huis sjeest. Een doodnormale, maar lekkere aanvang van de zomer – en zo is het bij mij altijd geweest, tot dit jaar.

Deel 1
Het begon allemaal in september
Papa zette me af met zijn lange blauwe bak, schuin en illegaal geparkeerd stond-‘ie, tegenover een Turks kroegje op de grens van Overvecht. We verhuisden een stuk of twintig tassen twee hoog het gele paleis binnen en daarna hing ik solo uit het raam om ‘m uit te zwaaien. “Doei! Tot snel!”Lees meer »

Een kasteel hier ver vandaan

Donderdag staat Araik met z’n geleende fiets op Utrecht Centraal. De zon trotseert de hemel, ik m’n blauwe ros. De wind waait wat. “Waar gaan we ook alweer heen?” We gaan naar een kasteel. Een kasteel hier ver vandaan.

Wegpiraten
De dag slaat haar spanen uit als wij op onze trappers de brug van het Amsterdam-Rijnkanaal opklimmen, rechtuit slingeren en als gillende keukenmeiden naar beneden hossen. Voeten omhoog, haren door de war. We slaan links en rechts, ommetjes onder, verdwaald, verkeerd. Recht door zee, natuur. Woeste paden, verscholen vlinderhoven. En verwonderen. Sommige huizen lijken opgerezen uit woestijngebied, sommige huizen zijn simpelweg heel lelijk. Hij belt, ik lach. Schuin slieren we over het warme asfalt. We zijn wegpiraten.

De dag vaart. Was het eerst op een golf van eindeloosheid, gaat ze inmiddels in een richting. Langs sloten komen we, en bomen die alles lijken te verhullen. Over een strakke grijze baan weten we uiteindelijk het paleis van de baron te bereiken, nog voor de klok vier uur slaat.
Lees meer »

Stoppen en de betekenis ervan

Sommige docenten stelden weleens de vraag: “Want wie van jullie wil er allemaal filmmaker worden?” De wenkbrauwen schoten omhoog, de lachrimpel verscheen. Het was retorisch, maar als alle vingers de lucht in schoven en de mijne mijn T-shirt omlaag trokken, wist ik dat ik nog niet helemaal mijn plek had gevonden. In film zag ik dé oplossing om schrijven en fotografie in ’n alles-in-één-pakketje te douwen, maar wat ik vergat is dat die hele industrie ook een vak apart is. Ik had geen flauw idee waar ik aan begon met deze studie. Gewoon niks tot de macht nada. En toen, voor, voornamelijk mijn ouders en hun aanhang, zette ik er ‘ineens’ een punt achter.

“Ik raad je aan om Writing for Performance te gaan doen,” bracht mijn hoofddocent uit. Een week of zes geleden had hij ’n video laten zien met een dansende, dronken bekende erin. Ik knikte. Dat leek mij ook een hele goeie. Aankijken durfde ik niet meer. Na twee keer dezelfde alinea te hebben voorgedragen, had ik het liefst in een spaceshuttle de bewoonde wereld verlaten. “Je bent meer iemand voor proza.” Goddank zag de driekoppige jury dat ik liever op de bank naar Flikken Maastricht keek en de artistiek verantwoorde film voor filosofisch gelummel bewaarde. “Ik kan het niet meer dan met jullie eens zijn,” antwoordde ik en huppelde knalrood het klaslokaal uit. (Mama vond het allemaal heel volwassen.)
Lees meer »