Franse zomerloomheid

We zitten in de auto. Al twee dagen. Onze bovenbenen plakken aan elkaar. Klampen zich vast aan het imaginaire wandje tussen mijn zus en mij in. Gebouwd van canvastassen, koffers en plastic H&M shoppers. Het hoofd tegen het raam. Dicht. Airco. De Franse chansons staan aan. Al twee dagen. Maar ja. C’est une bonne romance. Ik moet plassen. Nog honderdduizend kilometer voor het eerst volgende tankstation. C’est une belle histoire.

De camping die we hebben uitgezocht krijgt twee sterren op Kampeerkaart.nl en wordt omschreven als een ‘idyllisch plekje om nader tot jezelf te komen’. We krijgen een plekje toegewezen naast de caravans, tussen de Action tentjes van baanlozen met rugzak. Nummer 433 onder een kunstmatig verjaagd wespennest. Top.

Het is snikheet. Papa zet de tent op. Alleen. Maar toch samen. Ik dicteer onderuitgezakt tegen de uitgestalde kookset welke stok eerst moet. “Nee, nee. Eerst die rooie.” Zijn kop verandert langzaam in ’n zongedroogd tomaatje. “Done,” beaamt hij, terwijl hij onverschrokken ons kasteel verbouwt. Ik pers mijn lippen op elkaar en staar mijn zus aan die het slaapspul etaleert. “Ja, prima,” mompelt zij. We slapen zonder tochtstrook.

De volgende ochtend wandel ik veertig kilometer met een toiletrol onder mijn arm naar het dichtsbijzijnde badhok. Vakantiegevoel: check. Het grassige moerasvocht slipt mijn zool door en bespeelt de onderzijde van mijn voet. Enkele meters voor mij, sjokken twee bejaarden met een uniseks jas aan. De wind figureert als matige bijkomstigheid in hun zilveren beenhaar. Met ieder een kneep aan het einde van het handvat, dragen ze gniffelend een tas van Lidl. Er zitten geelgestreepte handdoeken in en vast andere onbehoorlijke dingen. Ik vertraag mijn pas en fantaseer over mijn toekomstige Romeo, Kees of Julian die óók een uniseks jas heeft en als het even kan óók een uniseks fiets (met versnellingsbak), zodat we in redelijke snelheid drie appeltaarten kunnen doen met een gratis koffie in dezelfde regio met 65+’ers-korting.

’s Middags vinden er activiteiten plaats bij de animatieclub, maar daar zijn we te oud voor. Met een pendelbusje vervoeren wij -mijn zus en ik- onze tienerzinnen naar een hoger niveau. Naar lavendelvelden tussen zonovergoten uitgedoste paardenbloemen. Naar zoute zomervisioenen. Naar biddend de strijd ontkrachten. Naar. We stappen het voertuig uit en porren met onze pubertenen in het uigedroogde mollenhoopje voor de bloemenheuvel. Verdrinkend in de landelijke gloriegeur.

Dit is ons ding. ’s Avonds. Het stadje is voor. Anderen. Ouder. Dit tijdstip. Met rieten boodschappenmanden. Voor goedgelovigen. Wij zijn anders. Wij zijn. De jonge filosofen. Zo mooi. Intelligent en bijdehand. Esthetisch. Elegant. Wij. Zijn anders. De lucht kleurt oranje en vloekt bij het veld. Zij op haar rug en ik op mijn zij. Godvergeten gaar. Overgeslagen. Bedacht. Innig omhelst door beruchte woorden. Liefde. Of verbeelding. Stilte. Zij zegt: “Weten is niet aan de orde.” Rust.

Het sukkelige maanlicht verdoezelt uitgeknepen adolescente pukkels en doorgetrokken wenkbrauwen. Of ik nog leef. Ik leef nog. “Ik heb honger,” zegt zij. “Even wachten,” sputter ik, “even dit bijzondere moment vasthouden.” Ze grinnikt. Ik ben dwaas. Ik ben dwaas. Krankzinnig, buitensporig. Overdreven. Zot. Ik ben… ik. Ik sta op en ren weg. Heel hard. We gaan. Dit. Nooit meer vergeten. Omdat we tussen paars organisch staan. Omdat mijn enkels in slaap zijn gevallen. “Holy motherfucker,” roept zij, “hooo.” Hand in hand. Omdat we wild zijn en vrij van verplichtingen. We rennen. Omdat we nog maar één jaar thuis wonen. Plots. Omdat zij een hekel heeft aan theater. Omdat er bij oma Reuma is geconstateerd. Omdat er oorlog is. Gewoon. Omdat ik een acht haalde voor Duits. Omdat er lange meisjesharen in het doucheputje zwemmen. Omdat ik niet kan zingen. We strekken onze armen uit en verliezen onze slippers. Omdat we willen weten wie we zijn. We rennen. Over uitstekende takkestruikjes, springend over boomstronkjes. Verziekt door Franse zomerloomheid. Zodat we nooit meer vergeten.

Advertenties

Een gedachte over “Franse zomerloomheid

  1. […] Vorig jaar schreef ik over Frankrijk. Vroeger ging ik daar vaak heen. In een Happy Tent op een animatiecamping. Soms in een echt bed, vaak door gebrek aan pufkwaliteiten één met de aardbodem. Dat was dan met mijn ouders en mijn broertjes en mijn zus. ‘s Avonds kaartten we of speelden tafeltennis bij oranje antikraakverlichting. Als de nacht aanbrak en de massa onder hun stoffen doeken dook, bezorgden horrorzoemers rode stippen op mijn lijf. Ik ben hot en dat is geen grapje (lees dit artikel). Toen ik zeventien was, namen we een huisje aan zee (in een dorp waar tieners zich verliezen in de drank en in elkaar). Het heeft op de dag van aankomst na, de hele vakantie geregend. […]

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s