Een kasteel hier ver vandaan

Donderdag staat Araik met z’n geleende fiets op Utrecht Centraal. De zon trotseert de hemel, ik m’n blauwe ros. De wind waait wat. “Waar gaan we ook alweer heen?” We gaan naar een kasteel. Een kasteel hier ver vandaan.

Wegpiraten
De dag slaat haar spanen uit als wij op onze trappers de brug van het Amsterdam-Rijnkanaal opklimmen, rechtuit slingeren en als gillende keukenmeiden naar beneden hossen. Voeten omhoog, haren door de war. We slaan links en rechts, ommetjes onder, verdwaald, verkeerd. Recht door zee, natuur. Woeste paden, verscholen vlinderhoven. En verwonderen. Sommige huizen lijken opgerezen uit woestijngebied, sommige huizen zijn simpelweg heel lelijk. Hij belt, ik lach. Schuin slieren we over het warme asfalt. We zijn wegpiraten.

De dag vaart. Was het eerst op een golf van eindeloosheid, gaat ze inmiddels in een richting. Langs sloten komen we, en bomen die alles lijken te verhullen. Over een strakke grijze baan weten we uiteindelijk het paleis van de baron te bereiken, nog voor de klok vier uur slaat.

Fortuin
De vrouw achter de balie kijkt chagrijnig, vermoedelijk is ze dat ook. Misschien heeft haar man de was niet uit de trommel gehaald en had ze daar zelf geen tijd meer voor. Misschien heeft de kapper haar haar zo stom geknipt of vindt ze haar jonge collega onweerstaanbaar irritant. Ze vraagt naar mijn postcode en mijn collegekaart. Ze vraagt naar zijn postcode en mijn leeftijd. Ze vraagt nog net niet of ik mijn strijdkreet van de daken wil roepen, maar is wel brutaal genoeg om een fortuin los te peuteren en in de zak van een onbekende stichting te steken. Tja.

x2

Het kasteel
Cuypers (die ook Amsterdam Centraal en het Rijks deed) heeft het kasteel ontworpen – opnieuw opgebouwd, herbouwd. Op de stenen van een ruïne die d’r een eeuw terug in slaap gevallen was. Doordat er een meneer (de Haar) getrouwd is met een hele rijke mevrouw (Rotschild), kon dat allemaal. Meneer de Haar wilde iedereen imponeren, maar was ook een familieman: ieder mens met een degelijke achtergrond mocht verblijven in een lux vertrek. Die vertrekken zijn allemaal in een ander jasje geschoven: middeleeuws, gotisch, enzovoorts en ruiken naar ouwe sokken. Ouwe, rode sokken met een gouden randje.

We hebben nog een kwartier en zijn pas in ‘de area’ van de ridderman. Opschieten dus. Quasi nonchalant probeer ik mij onder de monoloog van de rondleider te wurmen (per ‘area’ geldt een ander) en slenter langs drie metershoge wandkleden met katholieke dingen erop. Van deze harige jongens schijnen er maar tien in Europa te zijn, waarvan er drie in Haarzuijlens (Utrecht) hangen (wow!), de rest in grote musea als het Louvre en die in Londen. Fancy. Maar hé, de tijd. Oh, fuck ja, hoe kunnen we nog de rest van het paleis aanschouwen in die laatste luttelige minuten?

Gewoon, als je een tour krijgt aangeboden van een aandoenlijke, charmante figuur die lak heeft aan de wijzers. “Jullie mogen niet weg hoor, tot jullie alles hebben gezien.”

x

Weilanden
We rijden onder de poort door, langs de boerderijen op zoek naar friet met mayo – uitzicht van genadeloze basis. Het baat niet, rollen een weiland op en rennen even. De Franse muziek klinkt formidabel. Fohohormidabel. Je suis formidable, je suis formidable.

rennendejongen

De dag meert aan op een vrije plek aan de Oude Gracht, wacht dan even want de nacht. Valt en droomt tot morgen. ❤

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s